Rotterdamse Schaal steeds belangrijker bij vaststelling van smartengeld

In de decembereditie 2025 van het Baliebulletin Oost-Brabant schreef ik over een recente uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin de Rotterdamse Schaal expliciet wordt gebruikt bij de bepaling van de hoogte van het smartengeld. In deze blog geef ik alvast een korte samenvatting. De volledige analyse is te lezen via het Baliebulletin: Baliebulletin Oost-Brabant.

Rotterdamse Schaal als richtsnoer bij smartengeld

Bij de begroting van smartengeld speelt de vraag naar een passende vergoeding voor immateriële schade al jaren een belangrijke rol binnen het letselschaderecht. Rechters zoeken daarbij steeds vaker aansluiting bij uniforme hulpmiddelen. Een daarvan is de Rotterdamse Schaal.

De Rotterdamse Schaal biedt een systematische ordening van smartengeldbedragen bij lichamelijk en psychisch letsel en andere vormen van persoonsaantasting. Hoewel deze schaal formeel niet bindend is, wordt zij in de rechtspraktijk steeds vaker gebruikt als referentiekader bij de vaststelling van smartengeld in letselschadezaken.

Uitspraak gerechtshof: verhoging smartengeld

In de besproken uitspraak die centraal stond in mijn bijdrage aan het Baliebulletin ging het om een zedenzaak, waarin het slachtoffer psychisch letsel had opgelopen. Zowel in eerste aanleg als in hoger beroep stond de hoogte van het smartengeld ter discussie.

Het gerechtshof nam bij de beoordeling expliciet de Rotterdamse Schaal als uitgangspunt en keek daarbij naar de bandbreedte van smartengeldbedragen die passen bij psychisch letsel, waaronder PTSS. Dat leidde uiteindelijk tot een verhoging van het smartengeld van € 7.500 naar € 10.000.

Deze uitspraak laat zien dat de Rotterdamse Schaal in het letselschaderecht niet langer een theoretisch instrument is, maar daadwerkelijk wordt toegepast door rechters bij de begroting van immateriële schade.

Meer uniformiteit in letselschade

Niet alleen bij het smartengeld, maar ook bij andere schadeposten – zoals studievertraging – zoekt de rechter steeds vaker aansluiting bij bestaande richtlijnen binnen de letselschadepraktijk. Dit draagt bij aan meer voorspelbaarheid en consistentie in letselschadezaken.

Voor slachtoffers betekent dit meer houvast bij het onderbouwen van hun vordering. Voor letselschadeadvocaten en andere professionals onderstreept deze ontwikkeling het belang van een goede onderbouwing aan de hand van erkende richtlijnen, zoals de Rotterdamse Schaal.

Belang voor de praktijk

Deze uitspraak bevestigt het groeiende gewicht van uniforme hulpmiddelen bij de vaststelling van smartengeld. Hoewel de Rotterdamse Schaal geen bindende norm is, lijkt zij zich steeds meer te ontwikkelen tot een vaste maatstaf binnen het letselschaderecht.

De vraag is niet zozeer óf de Rotterdamse Schaal een blijvende rol gaat spelen bij de begroting van smartengeld, maar hoe snel andere partijen binnen het letselschadeveld – waaronder verzekeraars – dit zullen volgen.

De volledige juridische beschouwing is te lezen in mijn bijdrage in het Baliebulletin Oost-Brabant van december 2025 (Baliebulletin Oost-Brabant).

Abonneer op onze nieuwsbrief.

We houden je graag op de hoogte

Wij versturen de nieuwsbrief via Mailchimp.com. Jouw e-mailadres wordt op haar server verwerkt. Akkoord? *
Lees haar privacyverklaring op https://mailchimp.com/

Lees ook onze andere blogs

Deurne en Helmond

Benieuwd?

Bel ons op 0492 – 745 537