Deze maand stond bij ons kantoor een personeelsuitje naar Reims op de agenda. Reims, de parelstad van de Champagnestreek, met zijn schitterende kathedraal en kilometers aan historische wijnkelders. Het was een geweldig en een vlekkeloos weekendje weg. Gelukkig verliep alles zonder incidenten.

Toch zet zo’n uitje aan het denken. Wat als een werknemer tijdens een bedrijfsuitje ten val komt? Of letsel oploopt tijdens een teambuildingactiviteit? Is de werkgever dan aansprakelijk?

Het antwoord luidt verrassend vaak: ja. Uit de rechtspraak blijkt dat een werkgever ook tijdens een personeelsuitje aansprakelijk kan zijn voor de schade van een werknemer. In dit blog leggen wij uit wanneer dat het geval is.

Twee wettelijke grondslagen

Wanneer een werknemer letsel oploopt tijdens een personeelsuitje, kan de werkgever op twee verschillende wettelijke grondslagen aansprakelijk zijn.

De eerste grondslag is artikel 7:658 BW. Dit artikel bevat de zorgplicht van de werkgever en verplicht hem om redelijke maatregelen te nemen om te voorkomen dat werknemers tijdens hun werkzaamheden schade lijden.

Wanneer de rechter oordeelt dat het ongeval niet heeft plaatsgevonden “in de uitoefening van de werkzaamheden”, kan aansprakelijkheid alsnog volgen uit artikel 7:611 BW. Dit is de tweede grondslag. Op basis van dit artikel moeten werkgever en werknemer zich als goed werkgever en goed werknemer gedragen. Ook buiten de directe werkzaamheden kan de werkgever daarom onder omstandigheden aansprakelijk zijn.

Grondslag 1: de zorgplicht van de werkgever (artikel 7:658 BW)

Artikel 7:658 BW bepaalt dat een werkgever aansprakelijk is voor schade die een werknemer tijdens zijn werkzaamheden lijdt, tenzij de werkgever kan aantonen dat hij aan zijn zorgplicht heeft voldaan of dat sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer.

De belangrijkste vraag is daarom:

Vond het ongeval plaats tijdens de uitoefening van de werkzaamheden?

Dat een personeelsuitje vooral recreatief is, betekent niet automatisch dat deze vraag ontkennend moet worden beantwoord. De Hoge Raad heeft meermaals geoordeeld dat het begrip ‘in de uitoefening van de werkzaamheden’ ruim moet worden uitgelegd.

Ook een bedrijfsuitje kan daarom onder artikel 7:658 BW vallen. Daarvoor is vereist dat er een voldoende nauw verband bestaat tussen de activiteit en de werkzaamheden die de werknemer normaliter verricht.

Of dat verband er is, beoordeelt de rechter op basis van alle omstandigheden van het geval. Uit recente rechtspraak komen de volgende factoren naar voren:

a. Sociale verplichting tot deelname
Ook wanneer deelname formeel vrijwillig is, kan sprake zijn van sociale druk. In een recente uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland[1] oordeelde de rechter dat werknemers deelname aan een bedrijfsuitje als een sociale verplichting konden ervaren. Daarbij speelde onder meer een rol dat het ging om een klein bedrijf, werknemers werden geacht aanwezig te zijn en er geen aanmeldprocedure bestond.

b. Belang van de werkgever
Een personeelsuitje wordt vaak georganiseerd om de onderlinge samenwerking te versterken, een jubileum te vieren of de bedrijfscultuur te bevorderen. Wanneer een uitje mede het belang van de werkgever dient, versterkt dat het verband met de werkzaamheden. Dat oordeelde de rechtbank Midden-Nederland in diezelfde zaak.

c. Wie organiseert en betaalt?
Ook het feit dat de werkgever het uitje organiseert, bepaalt welke activiteiten plaatsvinden en de kosten draagt, kan bijdragen aan het oordeel dat sprake is van werkzaamheden in de zin van artikel 7:658 BW.

d. Wanneer vond het plaats?
Wanneer een personeelsuitje tijdens werktijd plaatsvindt, is het verband met de werkzaamheden doorgaans sterker dan wanneer werknemers geheel in hun eigen tijd deelnemen.

Conclusie
Hoe meer invloed de werkgever heeft op de organisatie van het uitje en hoe groter de verwachting dat werknemers deelnemen, hoe groter de kans dat artikel 7:658 BW van toepassing is.
Dat een activiteit vooral gezellig of ontspannend is, betekent niet dat de werkgever geen verantwoordelijkheid meer draagt.Ook in een uitspraak uit 2025 oordeelde de Rechtbank Midden-Nederland[2] dat een werknemer die tijdens een recreatief bedrijfsuitje letsel opliep, zijn schade onder omstandigheden op de werkgever kon verhalen. Het recreatieve karakter van de activiteit stond daaraan dus niet in de weg.

Wie moet wat bewijzen?

Wanneer artikel 7:658 BW van toepassing is, heeft de werknemer een gunstige bewijspositie.

De werknemer moet aantonen dat hij tijdens de uitoefening van zijn werkzaamheden een ongeval heeft gehad en daardoor schade heeft geleden. Slaagt hij hierin, dan is het vervolgens aan de werkgever om te bewijzen dat hij aan zijn zorgplicht heeft voldaan. Dat betekent dat de werkgever moet aantonen dat hij voldoende veiligheidsmaatregelen heeft genomen en de nodige instructies heeft gegeven.

Werkgevers beroepen zich soms ook op de uitzondering dat een werknemer zelf bewust roekeloos heeft gehandeld. Die uitzondering wordt echter terughoudend toegepast. Dat een werknemer tijdens een personeelsuitje een paar glazen alcohol heeft gedronken, betekent niet automatisch dat sprake is van bewuste roekeloosheid. De werkgever moet aantonen dat de werknemer zich direct voorafgaand aan het ongeval daadwerkelijk bewust was van het roekeloze karakter van zijn handelen. Die drempel ligt in de rechtspraak hoog.

Grondslag 2: wanneer geldt artikel 7:658 BW niet, maar artikel 7:611 BW wel?

Soms heeft de werkgever nauwelijks invloed op de activiteit. Denk bijvoorbeeld aan een volledig door een externe partij georganiseerde ballonvaart of een verrassingsactiviteit waarvan de inhoud vooraf geheim wordt gehouden. In zulke gevallen heeft de werkgever vaak geen mogelijkheid om veiligheidsinstructies te geven of toezicht te houden.

Artikel 7:658 BW biedt dan mogelijk geen grondslag voor aansprakelijkheid. Dat betekent echter niet dat de werkgever automatisch vrijuit gaat.

Op grond van artikel 7:611 BW kan de werkgever soms alsnog aansprakelijk zijn. De gedachte daarachter is dat werknemers zich vaak moeilijk aan een personeelsuitje kunnen onttrekken, terwijl de werkgever bewust heeft gekozen voor de betreffende activiteit en de daaraan verbonden risico’s.

Kortom, ook als artikel 7:658 BW buiten beeld valt, is de werkgever niet automatisch van iedere aansprakelijkheid gevrijwaard.

Wat te doen als u gewond raakt tijdens een personeelsuitje?

Raakt u gewond tijdens een personeelsuitje? Dan is het verstandig om zo snel mogelijk:

  • foto’s van de situatie te maken;
  • gegevens van getuigen te noteren;
  • het incident bij uw werkgever te melden;
  • medische hulp te zoeken;
  • uw klachten goed bij te houden;
  • een letselschadeadvocaat inschakelen.

Hoe eerder bewijs wordt verzameld, hoe sterker uw positie.

Tot slot

Wij kijken met veel plezier terug op ons personeelsuitje naar Reims. Gelukkig verliep het weekend zonder ongelukken en kunnen wij vooral terugkijken op een geslaagde reis. Dat gunnen wij iedere werkgever en werknemer. Mocht een personeelsuitje onverhoopt toch eindigen met letsel, dan is het goed om te weten dat u niet altijd met de schade hoeft te blijven zitten. Wij adviseren u dan graag over uw mogelijkheden.

[1] Rechtbank Midden-Nederland 13 november 2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:6380.

[2] Rechtbank Midden-Nederland 9 april 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:1580.

Abonneer op onze nieuwsbrief.

We houden je graag op de hoogte

Wij versturen de nieuwsbrief via Mailchimp.com. Jouw e-mailadres wordt op haar server verwerkt. Akkoord? *
Lees haar privacyverklaring op https://mailchimp.com/

Een hecht team

Bij Heelmeesters werken we met een klein en betrokken team. We kennen elkaar goed, werken nauw samen en ondernemen ook buiten het werk graag activiteiten met elkaar.

Die hechte samenwerking merkt u ook als cliënt: korte lijnen, duidelijke communicatie en een team dat zich gezamenlijk inzet voor uw zaak.