Een blessure tijdens een voetbalwedstrijd, een val bij een hockeytraining of letsel tijdens een bedrijfsuitje: regelmatig krijg ik als letselschadeadvocaat de vraag of iemand in zo’n situatie aansprakelijk kan worden gesteld. Veel mensen denken dat bij een ongeval automatisch sprake is van aansprakelijkheid. In sport- en spelsituaties ligt dat echter juridisch anders.

Binnen het aansprakelijkheidsrecht geldt namelijk een verhoogde aansprakelijkheidsdrempel wanneer deelnemers vrijwillig aan een sport of spel deelnemen. De gedachte daarachter is dat spelers tot op zekere hoogte gevaarlijke of onhandige gedragingen van elkaar moeten verwachten. Maar waar ligt de grens? Wanneer is sprake van een ongelukkige samenloop van omstandigheden en wanneer van onrechtmatig handelen?

De rechtbank Gelderland heeft zich op 2 augustus 2023 uitgesproken over letsel tijdens een bedrijfsuitje waarbij het spel “levend tafelvoetbal” werd gespeeld. Deze uitspraak laat goed zien hoe rechters omgaan met aansprakelijkheid binnen een sport- en spelsituatie. In het bijzonder wanneer het ongeval plaatsvindt ná het eindsignaal.

Ongeval

Op 2 augustus 2023 heeft de rechtbank Gelderland uitspraak gedaan over letsel tijdens een bedrijfsuitje op 13 mei 2017 (rechtbank Gelderland, 2 augustus 2023, ECLI:NL:RBGEL:2023:5040).

Eiseres en gedaagde deden mee aan het spel “Levend tafelvoetbal”, dat onderdeel was van het bedrijfsuitje. De deelnemers werden verdeeld in twee teams en dienden het spel te spelen op een groot luchtkussen, met aan beide uiteindes de doelen. Over de breedte van het speelveld bevonden zich acht opblaasbare balken. Elke speler moest bij één balk staan, zodat zij de balken konden vasthouden om hun positie op het speelveld te behouden.

Het ongeval vond plaats na het eindsignaal van het spel. Eiseres had bewust gewacht tot alle deelnemers van het veld waren verdwenen om haar schoenen te pakken aan de overkant van het speelveld. Zij deed dit door onder de dwarsbalken door te kruipen. Op het moment dat zij onder de laatste dwarsbalk kroop, sprong de gedaagde over diezelfde balk heen. Tijdens deze sprong kreeg de gedaagde een “zwieper” door het luchtkussen, waarna hij is doorgesprongen. De gedaagde kwam daardoor met zijn voet op de elleboog van eiseres terecht, met letsel aan haar linkerarm als gevolg.

Wettelijk kader

Bij een sport- en spelsituatie geldt er een hogere drempel met betrekking tot de vraag of een deelnemer onrechtmatig heeft gehandeld door een gedraging waardoor een andere deelnemer letsel heeft opgelopen. Deelnemers aan een sport- en spelsituatie hebben namelijk van tevoren tot op een zekere hoogte geaccepteerd dat gevaarlijke, slecht gecoördineerde, onvoldoende doordachte handelingen of gedragingen zich zullen voordoen tijdens het spel.

Het geschil en overwegingen rechtbank

In casu komen twee vragen naar voren:

  1. Is er sprake van een sport- en spelsituatie?
  2. Is de gedaagde aansprakelijk voor de gevolgen van het ongeval?

Met betrekking tot de eerste vraag overweegt de rechtbank het volgende. De deelnemers moesten het speelveld nog verlaten en hadden daarbij nog steeds te maken met de dwarsbalken en het bewegende luchtkussen. Deze obstakels hoorden bij het spel en maakten het verlaten van het veld onderdeel daarvan. De rechtbank oordeelt daarom dat er ook na het eindsignaal nog sprake was van een sport- en spelsituatie. De situatie is daarom niet te vergelijken met bijvoorbeeld het omkleden na een wedstrijd: het ongeval vond kort na het eindsignaal plaats, terwijl de deelnemers nog bezig waren het veld te verlaten, waardoor de onderlinge verhouding tussen de deelnemers nog niet wezenlijk was veranderd.

Dat eiseres en gedaagde mogelijk de laatsten op het veld waren, maakt volgens de rechtbank geen verschil. Dit gebeurde nog in de fase direct na het spel en vóórdat alle deelnemers het luchtkussen hadden verlaten.

Nu vaststaat dat er sprake is van een sport- en spelsituatie en dus de verhoogde drempel voor het aannemen van aansprakelijkheid van toepassing is, komt de vraag of de gedaagde onrechtmatig heeft gehandeld aan bod.

Volgens eiseres is de gedaagde ook aansprakelijk mét deze verhoogde aansprakelijkheidsdrempel. Zo zou hij in strijd met de geldende spelregels hebben gehandeld, op het moment dat hij over de dwarsbalk sprong en dus het risico nam om haar te raken. Zij stelde daarbij dit gedrag niet te hebben hoeven verwachten.

Volgens de gedaagde was dit springen gebruikelijk bij het verlaten van het veld en daarbij niet gevaarlijk. De rechtbank gaat hierin mee: het springen over de dwarsbalken was niet zo onzorgvuldig of onverwacht, dat dit buiten de normale verwachtingen van een sport- en spelsituatie viel. De dwarsbalken maakten namelijk ook na afloop deel uit van het veld en de deelnemers mochten zelf kiezen hoe zij het veld verlieten (springend of kruipend). Dat gedaagde door de bewegende ondergrond een “zwiep” kreeg, hoort bij het spel en vergrootte de kans op ongelukken, maar maakt het gedrag van eiser niet onrechtmatig.

Conclusie: afgewezen

Volgens de rechtbank is sprake van een ongelukkige samenloop van omstandigheden, niet van onrechtmatig handelen. De vorderingen zijn daarom afgewezen.

Abonneer op onze nieuwsbrief.

We houden je graag op de hoogte

Wij versturen de nieuwsbrief via Mailchimp.com. Jouw e-mailadres wordt op haar server verwerkt. Akkoord? *
Lees haar privacyverklaring op https://mailchimp.com/

Letselschade advocaten in Deurne en Helmond

Meer weten over wat we voor jou kunnen betekenen?

Bel ons op 0492 – 745 537 of vraag gratis oriëntatiegesprek aan.