Een losstaande trap, een gladde ondergrond en een val van 3,5 meter: wanneer wordt zo’n alledaagse situatie juridisch een kwestie van aansprakelijkheid? In deze uitspraak laat de rechtbank zien waar de grens ligt tussen ongelukkige samenloop van omstandigheden en onrechtmatige gevaarzetting.
Rechtbank Midden-Nederland
Gevaarzetting behoort tot de klassieke thema’s van het aansprakelijkheidsrecht. Toch levert de feitelijke toepassing in concrete gevallen regelmatig discussie op: wanneer is een gevaarlijke situatie zo waarschijnlijk schadelijk dat degene die haar heeft gecreëerd had moeten ingrijpen? Een val van een losstaande trap naar een vliering brengt de rechtbank Midden-Nederland tot een heldere toepassing van het Kelderluik-leerstuk.[1]
Wettelijk kader
Op grond van artikel 6:162 BW is onrechtmatig handelen een grond voor aansprakelijkheid. In het kader van gevaarzetting geldt als maatstaf — ontleend aan het Kelderluik-arrest[2] — dat niet elke gevaarzetting onrechtmatig is. Doorslaggevend is of de kans op een ongeval zó groot was dat de veroorzaker maatregelen had moeten nemen. Daarbij zijn onder meer van belang: de kans op onoplettendheid, de kans op schade, de ernst van de gevolgen en de bezwaarlijkheid van voorzorgsmaatregelen.
Het geschil
Op 8 november 2023 viel eisende partij van een losstaande trap naar de vliering. Volgens haar gleed de trap weg, waardoor zij van circa 3,5 meter hoogte achterover viel. De trap was geplaatst door gedaagde tijdens een verbouwing en stond op een gladde ondergrond (stucloper), zonder bevestiging.
Eisende partij vordert een verklaring voor recht dat gedaagde aansprakelijk is. Gedaagde betwist dit en stelt onder meer dat sprake is van eigen schuld aan de zijde van eisende partij.
Het oordeel
De rechtbank acht de door eisende partij gestelde toedracht — het wegglijden van de trap — voldoende bewezen, mede omdat haar verklaringen consistent zijn en niet concreet zijn weerlegd.
Vervolgens oordeelt de rechtbank dat sprake is van onrechtmatige gevaarzetting. Daarbij weegt zij de Kelderluik-criteria als volgt:
- Grote kans op een ongeval: de trap was losstaand, moest volgens instructies worden vastgezet en stond op een gladde ondergrond.
- Ernstige gevolgen: een val van meerdere meters brengt aanzienlijk letselrisico mee.
- Onvoldoende voorzorgsmaatregelen: gedaagde heeft de trap niet vastgezet, niet verwijderd en niet gewaarschuwd.
- Beperkte bezwaarlijkheid van maatregelen: eenvoudige maatregelen (vastzetten, weghalen of waarschuwen) waren mogelijk.
Daarmee had gedaagde deze situatie niet mogen laten voortbestaan.
Het beroep op eigen schuld faalt. De rechtbank benadrukt dat eisende partij mocht vertrouwen op de veiligheid van de situatie, juist omdat deze was gecreëerd door een professionele partij en kennelijk zonder waarschuwing werd gebruikt.
De gevorderde verklaring voor recht wordt toegewezen.
Belang voor de praktijk
De uitspraak onderstreept dat professionele partijen een verhoogde zorgplicht hebben bij het creëren van potentieel gevaarlijke situaties. Vooral wanneer eenvoudige veiligheidsmaatregelen beschikbaar zijn, wordt al snel aangenomen dat het nalaten daarvan onrechtmatig is.
Daarnaast bevestigt de uitspraak dat een beroep op eigen schuld weinig kans van slagen heeft wanneer de benadeelde redelijkerwijs mocht vertrouwen op de veiligheid van een door de wederpartij ingerichte situatie.
[1] Rechtbank Midden-Nederland 28 januari 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:1145.
[2] Hoge Raad 5 november 1965, ECLI:NL:HR:1965:AB7079
Lees ook onze andere blogs
Een hecht team
Bij Heelmeesters werken we met een klein en betrokken team. We kennen elkaar goed, werken nauw samen en ondernemen ook buiten het werk graag activiteiten met elkaar.
Die hechte samenwerking merkt u ook als cliënt: korte lijnen, duidelijke communicatie en een team dat zich gezamenlijk inzet voor uw zaak.




